Biologie


Biologie is de leer van het leven. (uit het Grieks: Bios “Leven en Logos “Leer”) In de biologie bestudeer je levende wezens “organismen” zoals bacteriën, schimmels, planten en dieren. Soms kijk je naar hele grote stukken van de natuur. Bijvoorbeeld naar alle organismen die in de sloot leven. Of je kijkt naar de gevolgen van zure regen. Of naar de groei van een baby. Soms kijk je naar kleine dingen zoals de samenstelling van bloed of de werking van gehoorbeentjes in het gehoorzintuig. Of je onderzoekt met een microscoop de bouw van een plantaardige cel. Al de dingen die je leert bij biologie kan je later nodig hebben in je beroep.

In de eerste, tweede en derde klas krijg je 3 uur per week biologie. Vind je biologie een leuk vak of heb je biologie nodig voor je vervolgopleiding, dan kun je in de vierde klas kiezen voor biologie. Dan krijg je 5 uur per week biologie. Dan zit biologie in de sector “Zorg en Welzijn” en in de sector “Landbouw”.

De thema’s die in de onderbouw aan orde komen zijn:

  • Cellen
  • Planten
  • Ordening
  • Stevigheid en Beweging
  • Bloemen, vruchten en zaden
  • Verbranding en ademhaling
  • Voeding en Vertering
  • Bloedsomloop
  • Voortplanting
  • Zintuiglijke Waarneming en Gedrag

De thema’s die in de bovenbouw aan orde komen zijn:

  • Organen en Cellen
  • Erfelijkheid
  • Evolutie
  • Regeling
  • Gedrag
  • Stofwisseling
  • Ecologie
  • Mens en Milieu
  • Gaswisseling
  • Transport
  • Opslag
  • Uitscheiding en bescherming