NASK


Tijdens de lessen NaSk in klas 2 worden er twee vakken tegelijk gegeven. In eerste instantie lijken die vakken erg op elkaar omdat ze beiden de wereld bekijken op een wetenschappelijke manier. Het is dan ook niet voor niets dat beide vakken, samen met biologie, de natuurwetenschappen worden genoemd. Als je iets beter gaat kijken naar het vak NaSk, dan zie je dat het gaat over natuurkunde en scheikunde. Bij natuurkunde verandert de stof niet in een andere stof. Een blokje ijs bijvoorbeeld kan wel smelten maar blijft nog steeds dezelfde stof. Als je het water weer laat bevriezen, wordt het opnieuw ijs. Dit terwijl de stof bij scheikunde wel verandert. Als je een ei kookt, kun je het harde ei nooit meer zacht maken. 

Je gaat in klas 2 kijken naar natuurkundige verschijnsels als geluid, licht en warmte. Je leert bijvoorbeeld waarom je in de zomer beter witte kleding dan zwarte kleding aan kunt doen. In jaar 2 komen er ook scheikundige onderwerpen aan de orde, zoals atomen, moleculen en stofeigenschappen. Na klas 2 wordt NaSk een keuzevak. Als je natuurkunde leuk vindt kun je kiezen voor NaSk 1. NaSk 2 kies je als je scheikunde interessant vindt. Natuurlijk kun je ook beide vakken kiezen. Wanneer je er in klas 3 achter komt dat je het vak nog steeds interessant vindt en dat je er ook nog eens goed in bent, kun je er examen in gaan doen. 

 

““Tell me and I forget.
Teach me and I remember.
Involve me and I learn.””
— Benjamin Franklin 1785