Missie en Visie

Het Reinaert is een MAVO met ambitie. Dat betekent dat wij staan voor kwalitatief goed onderwijs en de talenten van de medewerkers en de leerlingen willen ontwikkelen en inzetten. 

Het doel daarvan is om de leerling zo snel mogelijk te begeleiden naar het meest passende diploma en om de leerling steeds meer verantwoordelijkheid te laten dragen zodat hij volwaardig kan deelnemen aan de samenleving. 

Dat doel bereiken we alleen als iedereen zich veilig en vertrouwd voelt en kan zijn wie hij is. Daarom gaan we respect- en gewetensvol en oprecht met elkaar om ofwel we gaan uit van een positieve benadering. We blijven altijd in contact met elkaar en werken we oplossingsgericht. 

Kwalitatief goed onderwijs vereist medewerkers die professioneel handelen. Onder professioneel handelen verstaan we dat alle medewerkers zich betrokken voelen bij de collega’s, de leerlingen en de omgeving en de verantwoordelijkheid voelen en laten zien om het pedagogische en didactisch handelingsrepertoire van zichzelf en van de collega’s op peil te brengen of te houden. 

Onze visie op onderwijs

Het Reinaert bereidt de leerling voor op de toekomst in het vervolgonderwijs en de beroepspraktijk. Dat betekent dat de leerling in de tijd bij het Reinaert voortdurend vaardigheden ontwikkelt die daarvoor nodig zijn. Er vindt in modern onderwijs (zoals bij het Reinaert) steeds minder kennisoverdracht plaats. In plaats daarvan gaan leerlingen met behulp van de docent zelf op zoek naar kennis en onder begeleiding van de docent ontwikkelen zij vaardigheden die zij later nodig hebben. Dat zijn vaardigheden zoals formuleren en rapporteren, samenwerken, presenteren, analyseren en onderzoeken, digitale vaardigheden enzovoort.

Het Reinaert is een VMBO-GL/TL school. Ook bij ons zijn er verschillen tussen leerlingen. Zo is de ene leerling goed in taal, de ander in wiskunde. Daarom zorgen docenten ervoor dat zij over voldoende opdrachten beschikken om iedere leerling op zijn niveau aan het werk te zetten maar wel met het doel om uiteindelijk iedereen op het minimaal vereiste niveau te krijgen. We houden dus in de les rekening met verschillen. In combinatie met activerende werkvormen zorgt dit ervoor dat leerlingen gemotiveerd en betrokken zijn bij de lessen. De inspectie heeft dit zeer gewaardeerd bij haar laatste bezoek.

Hoe ziet dat er in de praktijk uit?

Om leerlingen goed voor te bereiden op het vervolgonderwijs en de toekomstige beroepspraktijk, biedt het Reinaert in de eerste drie leerjaren het vak informatietechnologie aan. In het vierde leerjaar kan het als examenvak gekozen worden.

Een docent kan tijdens de les alleen persoonlijke aandacht aan leerlingen geven (en rekening houden met verschillen) als hij daar voldoende tijd voor heeft. Daarom duren de meeste lessen bij het Reinaert 90 minuten. Dat geeft de docent de mogelijkheid om een paar keer in korte tijd uitleg te geven aan leerlingen. Tussen die uitleg door werken leerlingen aan opdrachten; soms alleen, soms in tweetallen en soms in groepjes. Op die momenten kan de docent leerlingen persoonlijk begeleiden.

Vanaf het schooljaar 2017-2018 werkt de school met een overzichtelijke elektronische leeromgeving. Hierin staan opdrachten per vak en per onderwerp op verschillende niveaus. De leerling kan m.b.v. zijn smartphone, laptop of tablet die opdrachten inkijken. Dat kunnen opdrachten zijn die leerlingen tijdens de les of thuis maken.

He Reinaert beschikt over verschillende studieruimtes voor leerlingen waar zij zelfstandig kunnen werken. In deze studieruimtes staan computers die gebruikt kunnen worden om informatie op te zoeken en opdrachten te maken.

Toetsen hebben bij het Reinaert twee functies. Ten eerste kan de docent daarmee zien welke extra hulp de leerling nodig heeft bij een bepaald onderwerp. Ten tweede worden er toetsen gegeven om vast te stellen of de leerling op het gewenste niveau is. Deze toetsen worden vaker afgenomen bij het begin van de opleiding maar zijn niet zo groot in omvang. In de richting van het examen komen er steeds minder toetsen maar deze zijn wel groter en bevatten meer lesstof.

Het vak informatietechnologie wordt in projectvorm aangeboden. De leerlingen krijgen een opdracht waar ze in een projectgroep ca. zes weken aan werken. In die zes weken maken ze een product (zoals een 3D-model of een website) en ontwikkelen ze allerlei vaardigheden. De docent begeleidt en beoordeelt die ontwikkeling. De digitale kennis en vaardigheden ontwikkelen ze voornamelijk zelf aan de hand van de projectopdrachten. Binnen een vaste structuur met een duidelijke planning krijgen de leerlingen veel vrijheid om zelf vorm te geven aan hun product.